|
. . .
Twee keer KIJKEN Esthetiek is slechts een afgeleid begrip in de grafische ontwerpen van Jan van Toorn. Hij is de man van het grafisch commentaar, van maatschappelijke opinies in zijn werk. Geen mooie plaatjes, maar beelden die de tijd weerstaan. van Toorn, Beeld
Het was een ongekend felle discussie die in 1972 in Museum Fodor te Amsterdam plaatsvond tussen de grafisch ontwerpers Wim Cronwel en Jan van Toorn. Lijurecht stonden ze tegenover elkaar, de aanhanger van de strenge Zwitserse typografie versus de linkse ontwerper die zich niet wenst vast te leggen op een vast stramien. Crouwel, voorstander van de heldere esthetiek van het functionalisme, kwam die middag in aanvaring met een ontwerper die alle regels liefst overboord zette. Tot een echte ruzie kwam het overigens niet want het was en is een klein wereldje, dat van de Nederlandse grafisch ontwerpers. Wim Crouwel leidde nog jarenlang het succesvolle ontwerpbureau Total Design, terwijl Jan van Toorn op een anarchistische en dwarse manier tegen het vak en de wereld bleef aankijken. Zowel Crouwel als Van Toorn doceerden later langdurig aan-gerenommeerde universiteiten en academies in binnen- en buitenland. Ontwerpen doen zij tot op de dag van vandaag. Ruim een kwart eeuw later (1999) is er opnieuw een debat over de toekomst van het vak ditmaal in de Balie. Van de partij zijn onder meer Anthon Beeke, Rob Schröder en opnienw Crouwel en Van Toorn die even eerder afscheid heeft genomen als directeur van de Jan van Eyckacademie in Maastricht. Aanleiding voor de discussie is de bij die gelegenheid verschenen bundel opstellen van ontwerpers en ontwerpcritici, samengesteld door Jan van Toorn. Design beyond Design heet het boek met als ondertitel: critical reflections and the practice of visual communication. Geen boek dus waarmee je een zonnige dag aan het strand stukslaat. Van Toorn: 'It is striking with how little political awareness designers think about the meaning of visual mediation in a socio-cultural sense at the present time. The discipline has abandoned the previous mental space in which it reflected on its social role and has therefore lost the critical distance that determined its relation vis-à-vis the client's brief.' In dertig jaar geen duimbreed geweken dus. Het debat in de Balie verloopt niet naar ieders zin. Geert Lovink, mediatheoreticus en medeoprichter van de Digitale Stad in Amsterdam deed er verslag van op internet: 'Van Toorn durfde gewoon niet openlijk te zeggen dat hij dat gehype met de nienwe media eigenlijk maar niks vond. Hij is een goed voorbeeld van een vergrijsde generatie die weliswaar op het hoogtepunt van hun macht staan (meer instellingen en posities vallen niet te veroveren), maar de mogelijkheden die dat biedt krampachtig ontkennen. Qua analyse heeft deze groep intellectuelen zich gediskwalificeerd door een elitaire academische, verongelijkte toon - alsof ze in de marge opereren.(...) Het idee dat mensen (en designers) odk zonder theorie gelukkig kunnen zijn en nog mooie dingen maken ook valt voor de naoorlogse intellectuelen moeilijk te verkroppen.' Bracht hier een nienwe generatie ontwerpers haar cohorten in stelling tegen ontwerpers die veertig jaar en langer de dienst uitmaakten in grafisch Nederland? Jan van Toorn (1932), nu: 'In een halve eeuw heb ik alle revoluties in zet- en draktechnieken meegemaakt. De computer is de zoveelste fase en een fantastische uitbreiding van de technologische middelen die een ontwerper ter beschikking staan. Maar als ik zie wat men er mee doet dan vallen de resultaten me bitter tegen. Het is een baaierd van platitudes waarin plat spraaken beeldgebruik de boventoon voeren.' Internet, zo meent van Toorn, zou moeten uitmonden in een vorm van visuele journalistiek die de lezer/kijker zowel bevrijdt als verrijkt. Een ander, nieuw taalgebruik acht hij daartoe noodzakelijk. Een recente uitspraak van de architect Rem Koolhaas als zou graphic design zich ontwikkelen tot de belangrijkste van alle ontwerpdisciplines onderschrijft hij ten volle: 'Feitelijk is dat al het geval. In de media, in de reclame, bij de branding van bedrijven, in de politiek, overal zie je dat het beeld steeds dominanter wordt. De kapitale vraag aan ontwerpers is dus: wat doe je met die beelden? Vormen die uitsluitend zijn gebaseerd op esthetiek, zijn de mensen vijftien seconden later weer vergeten want dan komt het volgende mooie plaatje voorbij.' Mooie plaatjes zal de bezoeker van de ten toonstelling Re: Jan van Toorn in de Rotterdamse Kunsthal dan ook niet aantreffen. De expositie is zo ingericht dat de bezoeker zelf op ontdekkingsreis mag, want de toelichtingen zijn minimaal en in piepkleine lettertjes op piepkleine papiertjes geplakt die op hun beurt bij voorkeur verticaal bij het betreffende object zijn aangebracht. Ook hier domineren dus de beelden. De beelden van een ontwerper voor wie schoonheid en esthetiek slechts afgeleide begrippen zijn. Een ontwerper voor wie niet de vorm maar de inhoudelijke stellingname prevaleert. Als ontwerper wil hij meer ziin dan uitsluitend intermediair tussen opdrachtgever en ontvanger; hij wil zich bij wijze van spreken met het gesprek, de discussie liefst, persoonlijk bemoeien. Dat heeft tot gevolg dat zijn 'grafisch commentaar' zich niet altijd meteen prijsgeeft; soms gebeurt dat pas bij twee of drie keer kijken.
Neem de kalenders die Van Toorn tussen 1960 en 1977 ontwierp voor de Amsterdamse drukkerij Mart. Spruijt - museale objecten inmiddels die in de Kunsthal als een licht deinend bos op paaltjes worden gepresenteerd. 'Wat wij willen', schreef directeur Frans Spruijt in Het ontwerpproces (Amsterdam, 1986), 'is dat de maker van de kalender buiten zijn eigen handtekening treedt en poogt nieuwe vormen in beeld en typografie gestalte te geven. Het maakt niet of zijn eerlijke pogingen door de ontvanger als geslaagd ervaren worden of niet.(...) Mooi en lelijk, kunst en kitsch zijn deels afspraken. Lelijke kunst onderscheidt zich van de mooie kitsch door de in het kunstwerk gepresenteerde emotie, die op de beschouwer overkomt en hem/haar beroert, ontroert, ergert of tot nadenken stemt.' Als een van dc markantste kalenders geldt die van 1976/77. Van Toorn manipuleerde hiertoe een reeks persfoto's met de beroemde foto waarop Lenin een menigte toespreekt (in het gezelschap van Trotski, die later door de Sovjetautoriteiten werd weggeretoucheerd) als vertrekpunt. Van Toorn laat zien dat ook de media van vandaag informatie manipuleren en aldus de werkelijkheid filteren. Kunsthistoricus Els Kuijpers in de publicatie die bij de tentoonstelling verschijnt: 'Van Toorn neemt ons mee terwijl hij aan het werk is. We kijken mee over zijn schouder en zien hoe hij tekent, kleurt, en schrijft in beelden; hoe hij delen weg spuit, over stukken heen schildert, en andere stukken afdekt, hoe hij beelden aansnijdt, ze doormidden knipt, verscheurt en opnienw monteert, hoe hij bijschriften formuleert en herformuleert.'
In de affiches en catalogi die Van Toorn eerder al voor het Stedelijk van Abbemuseum in Eindhoven maakte, is zijn inhoudelijke stellingname eveneens al zichtbaar. Ze vormen de weerslag van de heftige discussies die in die jaren werden gevoerd over de functie van kunst en museum in de maatschappij. Gaandeweg wordt de invloed zichtbaar van Russische constructivisten als El Lissitzky maar ook van Paul Schuitema en niet te vergeten Willem Sandberg over wie Van Toorn samen met Ad Petersen een boek voorbereidt met als titel Sandberg, vormgever van het Stedelijk.
Het affiche dat Van Toorn in 2001, op uitnodiging van collega Anthon Beeke, ontwierp ter gelegenheid van de honderdste sterfdag van Toulouse-Lautrec is tevens een van de opvallendste op de expositie. Het zit vol met verborgen betekenissen. Voor de achtergrond gebruikt Van Toorn een ets die Lautrec voor een menukaart vervaardigde. We zien hoe de kunstenaar zelf een paartje vastlegt dat zich opmaakt voor seksueel vertier. Van Toorn knipte de oorspronkelijke voorstelling in stukjes en groepeerde deze rondom twee hoofden. Onvermijdelijk wordt de blik getrokken naar het oog van de man, Van Toorn zelf. Wie met het oog meekijkt, kijkt vanzelf naar de vrouw. Zowel de man op het affiche is een voyeur als de degene die het affiche bekijkt. Dit dubbelspel met voyeurisme en erotiek levert een ongemakkelijk schonwspel op waarbij de preoccupaties van de toeschouwer aan het wankelen worden gebracht. Waarom trekt de man een grimas? Waarom is het oog van de vrouw gesloten? Onmiskenbaar gaat Hommage à Toulouse Lautrec ook over manieren van kijken. Hoe meerduidiger, hoe liever het Van Toorn is. Naast affiches en kalenders ontwierp Van Toorn postzegels, jaarverslagen voor de PTT en de gemeente Amsterdam, en tijdschriften als Museumioumaal, DA+AT, Noorderbreedte. Midden jaren zestig volgde hij Alexander Verberne op als vormgever van Range, destijds het huisorgaan van Philips. Al te grote experimenteerlust moet vanwege de wereldwijde verspreiding vermeden worden, maar in de beeldredactie valt moeiteloos de hand van Van Toorn te herkennen. Zelden volstaat hij met zomaar een illustratie, menig beeld is het ook veertig jaar later nog waard om nader bekeken te worden. Ook in typografische zin is er van gedateerdheid nauwelijks sprake, reden waarom het tijdschrift vandaag zeer gezocht is. Bij zijn tentoonstellingsontwerpen voor de Biennale in Venetie en de permanente Deltaexpositie op Neeltje Jans verlangt Van Toorn van de bezoeker eveneens dat hij op onderzoek uitgaat om aldus ervaringen op te doen, verbanden te zoeken en tot slot een oordeel te vormen. In het boek Cultiver notre jardin, verschenen in de prachtige reeks die drukkerij Rosbeek al dertig jaar lang uitgeeft, balt Van Toorn zijn ontwerpfilosofie samen. Hij toont, soms rauwe, foto's van steden en landschappen, geschoten in alle delen van de wereld, hij zet, met behulp van de computer, extra licht op fragmenten door de kleur te versterken, laat het boek slechts aan twee kanten schoonsnijden waardoor de kijker zicht krijgt op het productieproces en zelf het boek moet opensnijden en onthoudt het boek een omslag. In het hart staat een foto van een tuin met een kleine plantenkas, een oase, ergens in de Ardennen. Zo meteen komt de eigenaar, zakt op zijn knieen, en snijdt de groenten voor het avondmaal. Kijken kun je op vele manieren naar zo'n boek maar, als zo vaak, vragen de beelden van Jan van Toorn er ook om gelezen te worden. [Hub. Hubben] Re: Jan van Toorn. Tentoonstelling in de Kunsthal, Rotterdam. Tot en met 20 juni. Publicatie En/Of, over tegenspraak in het werk van Jan van Toorn, door Els Kuijpers. Uitgever Rosbeek Books. Priis euro 25,-.
|