.
.
Design / Photoshop blunders / url > photoshopdisasters
Have you seen a truly awful piece of Photoshop work? Clumsy manipulation, senseless comping, lazy cloning and thoughtless retouching are our bread and butter. And yes, deep down, we love Photoshop.
FOTOFUCKEN / Fotomanipulatie
Manipulatie met beelden neemt hoge vlucht. / Fotofucken / Ethiek versus Esthetiek.
Sinds Photoshop is er geen houden meer aan. Fotografie kan tot in
oneindigheid worden aangepast, zoals weer eens bleek na de aanslagen in Madrid.
Voor het overige is het hopen op de goede inborst van de fotograaf.
Twee weken geleden drukten kranten over de hele wereld dezelfde foto af van de aanslagen in Madrid.
Iedereen kreeg het beeld onder ogen: een grijs, minutieus samengesteld slagveld met daarin gekleurde
pluyes dode en gewonde mensen, waarover de ogen dwaalden tot daar waar de foto ophield, maar de
ellende, zo besefte men niet. En iedereen was het erover eens: dit was een verschrikkelijke beeld.
Alleen - niet iedereen zag hetzelfde. Voor sommige krantenlezers was de foto iets verschrikkelijker
dan voor anderen. Hun ogen bleven terugdwalen, naar de voorgrond. Daar bleek iets te liggen, iets
waar het oog in eerste instantie overheen had willen kijken. Naast de rails lag een onbestemd ding
met een onmiskenbare vleeskleur, waar niernand aandacht aan leek te besteden. Een afgeruktte arm,
een been? Niet kijken was onmogeliik - tenminste, als je het k&oaute;n zien.
Op sonmmige foto's bleek het afschuwelijke detail namelijk verdwenen. Een groot aantal aanzienlijke
Britse kranten zoals de Daily Telegraph en The Times, en de Nederlandse krant Stentor/Veluws Dagblad
hadden het laten verdwijnen onder een laag grijze steentjes. The Guardian had de rode kleur
verwijderd, zadat het er nog wel was maar ongemerkt opging in de ondergrond.
Der Spiegel drukte er tekst overheen, USA Today sneed simpelweg het onderste deel van de foto af.
De Belgische krant De Standaard en de Volkskrant plaatsten als twee van de weinige kranten de
foto zonder retouchering op de voorpagina, precies zoals El Pais-fotograaf Pablo Torres Guerrero
hem had bedoeld. In de modewereld mag geknoei met foto's dan geaccepteerd zijn, zei Marc Reynebeau
van De Standaard, 'terreur staat erg ver van de glamour. Daar helpt geen retoucheren aan'.
De ravage na de aanslag in Madrid.
Boven: het orrigineel.
Midden: het lichaamsdeel linksonder weggewerkt.
Onder: het lichaamsdeel met een andere kleur.
Dat de fotografie ons vanaf haar ontstaan in 1839 geen objectief beeld van de werkelijkheid
verschaft, mag allang geen nieuws meer heten. De geschiedenis verhaalt van talloze sterke staaltjes
van valse fotografie, uiteenlopend van Josef Stalin die zijn vijanden van foto's liet
verwijderen, tot Alfred Eisenstaedt die zijn beroemdste foto, die van de 'spontasan' zoenende
matroos en de verpleegster uit 1945, bleek te hebben geënsceneerd.
En dat ook de journalistieke fotografie nooit gevrijwaard was van deze praktijken, is
eveneens bekend. In dezelfde tijd dat Eisenstaedt aanwijzingen gaf aan het liefdespaar op
Times Square, verknipten krantenredacteuren in Europa nienwsfoto's om ze opnieuw
samen te stellen, en gumden ze onbelangrijke voorwerpen uit wanneer die de compositie in de weg
zaten.
Er lijkt weinig veranderd. Het gezicht van 0.J. Simpson dat een tintje donkerder werd
gemaakt, George W. Bush die een boek ondersteboven vasthoudt, het wegmoffelen van menselijke
resten op de foto van Guerrero, alle pogingen om mensen te beïnvloeden, aan het
lachen te maken maken of te beschermen - ze zijn bekend. Die valse foto's zijn , waar nodig,
ontmaskerd, het publiek weet er van. Maar hoeveel weet het niet? Hoeveel valse foto's ontspringen
die dans en vinden vervolgens hun weg naar de voorpagina's van kranten, de omslagen van
tijdschriften?
Sinds het ontstaan van Photoshop in 1989, en sinds de digitale camera niet meer is weg te denken
uit de fotografiepraktijk, heeft het zogeheten fotofucken, onschuldig en minder onschuldig,
wereldwijd een hoge vlucht genomen. Alleen al van de ruim 38 miljoen foto's die jaarlijks in de
Verenigde Staten worden genomen, wordt tien procent vervalst, door fotografen en niet-fotografen.
Drastische maatregelen ten spijt. De CIA riep zelfs het National Photographih Interpretation
Center in het leven, waar tientallen medewerkers zich dagelijks buigen over binnengekomen foto's.
En software-gigant Bill Gates, eigenaar van het fotopersbureau Corbis, voorziet de drieëneen
half miljoen nieuwsfoto's op zijn website van twee verschillende beeldmerken met
informatie over de eigenaar van de foto, het ene duideliik zichthaar, het andere verstopt tussen
de pixels. Zo kan op internet altijd worden nagegean waar de foto vandaan komt en of er iets aan
is veranderd.
Op die manier kwam een paar weken geleden de vervalsing van de foto van senator John Kerry en
actrice Jane Fonda aan het licht. Die waren in de jaren zestig zogenaamd samen op de kiek gezet
tijdens een anti-Vietnam demonstratie. Toen half Amerika alweer op de achterste benen stond, bleek
de foto door een tot nu toe onbekende persoon samengesteld uit twee afzonderlijk gemaakte foto's,
waaronder een van Ken Light, die nota bene fotografie en ethiek doceert aan de Universiteit van
Berkeley. In de Washington Post schreef Light dat hij niet gediend is van dit soort 'visuele
leugens'.
Het lijkt dweilen met de kraan open. Terwijl de ene technologische ontwikkeling het mogelijk
maakt om foto's overtuigend te vervalsen, moet een andere in het leven worden geroepen om de
eerste weer uit te schakelen. Maar erger nog: het blijkt vaak helemaal niet uit te maken of een
gemanipuleerde foto ontmaskerd wordt of niet. Het valse beeld blijft hoe dan ook hangen,
het verwerft zich een plaatsje in het collectieve geheugen en blijft daar voor altijd kleven.
De lolbroek die Fidel Castro eind vorig jaar op een foto in de Cubaanse partijkrant Granma voorzag
van een Hitler-snorretje, kan dan wel worden opgespoord en gestraft, zijn vervalsing blijft
als een parallelle werkelijkheid naast de 'echte' bestaan.
Er is dus meer nodig dan alleen de technologie om valse foto's tegen te gaan: de integriteit van
zowel de fotograaf als de geoefende fotofucker. Zij kregen door Photoshop en de digitale fotografie
niet alleen de mogelijkheid een foto tot in de oneindigheid aan te passen, ze werden tegelijkertijd,
nog meer dan vroeger, opgezadeld met de verantwoordelijkheid de eigen morele grenzen op te zoeken.
Sinds The Los Angeles Times vorig jaar fotograaf Brian Walski ontsloeg, staat die discussie op
scherp. Walski stelde met behulp van de computer uit twee van zijn foto's van het front in het
front in het Iraakse Basra een derde beeld samen, in ziin ogen de perfecte compositie. Die bestond
uit de linkerhelft van de ene foto (waarop een Amerikaanse soldaat met uitgestrekte arm een
'stop'-gebear maakt) en de rechterhelft van de andere (waarop een Iraakse vluchteling met kind
zich voorzichtig losmaakt van een groep zittende mensen). Op beide oorspronkelijke foto's werd
deze compositie verstoord door ofwel de wegkijkende Iraakse man, ofwel de minder interessante
positie van de soldaat.
Maar omdat sommige mensen twee keer op de gemanipuleerde foto te zien waren, viel Walski door de
mand. Hij haalde zich niet alleen de woede van zijn redacteuren op de hals, maar ook die
van collega-fotograaf Carolyn Cole. Als nieuwsfatograaf de werkelijkheid verdraaien - dat doe
je niet, vindt zij. Bovendien twijfelen mensen sindsdien ineens ook aan haar foto's, terwijl
die toch echt echt zijn.
De organisatie van de World Press Photo laat onder geen beding digitale manipulatie toe. Een
panoramafoto van de Spanjaard Fernando Moleres Alava werd, eveneens vorig jaar, subiet verwijderd
van de tentoonstelling toen bleek dat Alava, naar eigen zeggen zonder foute bedoelingen, een
aantal foto's aan elkaar had geplakt. Maar hoe lang houden World Press Photo en andere
nieuwsfotowedstrijden deze houding nog vol? Wordt het niet tijd voor een nieuwe standaard in
de nieuwsfotografie?
Op de onvolprezen website PhotoQ, opgericht en beheerd door fotografieduizendpoot Edie Peters, is
al een tijdlang een discussie gaande tussen fotografen over manipulatie in de fotografie. Wat mag
wel en wat mag niet? Over het algemeen is men het erover eens dat kleine cosmetische ingrepen wel
zijn toegestaan, maar dat een ethische grens wordt overschreden zodra de nieuwswaarde van een foto
wordt aangetast. Maar de grens tussen ethiek en esthetiek is flinterdun, en wie niet uitkijkt heeft
de overstap naar vijandelijk gebied in een middagje computeren gemaakt.
De ingreep op een foto van Beatrix, Margriet en Maxima, schuilend onder drie paraplu's tijdens
Koninginnedag 2002 in Meppel, wordt over het algemeen geaccepteerd. ANP-fotograaf Robin Utrecht
drukte de achtergrond door (een term die oorspronkelijk uit de donkere kamer komt en door de
digitale fotografie is overgenomen). Hij maakte die donkerder en haalde daarmee afleidende elementen
weg, waardoor de driehoekige compositie van de dames met hun doorzichtige paraplu's beter uitkomt.
En al vinden sommige collega-fotografen dat Utrecht hierin al iets te ver is doorgeschoten, het mag.
Pukkels retoucheren en vlekken wegwerken? Ook toegestaan. Maar Ben Steffen, voormalig fotograaf
bij BN/De Stem, die onlangs toegaf dat hij weleens een bal in een foto van een voetbalwedstrijd
had ge-photoshopt, kan niet op bijval rekenen.
'Informatieve manipulatie is NOT DONE in de journalistiek. (Zie Brian Walski)', schrijft fotograaf
Chantal Hovens. 'Esthetische manipulatie zoals op de foto van Robin Utrecht is niet ernstig.
Want waar wordt de lezer bedrogen of misleid? Een moment is vastgelegd, maar het beeld is mooier
gemaakt, zoals een schrijver/journalist zijn verhaal in mooie woorden vertelt.' Maar hoe kan je
er zo zeker van zijn dat Walski's ingreep een ethische lijn overschreed? Hij stelde de twee foto's
immers samen met de bedoeling een compositorisch mooiere foto te krijgen. Wilde hij daarmee niet
in zijn eigen beelden de werkelijkheid weergeven? En hoort hij daarmee niet bij al die andere
fotografen die snel een jeugdpuistje van een wang vegen om de geporketteerde mooier te laten
uitkomen?
Het is mogelijk dat Walski is bezweken onder de druk die, vooral in Amerika, op fotografen
wordt gelegd om steeds maar weer met die perfecte foto terug te komen. Kijk naar de prijswinnende
foto's bij de World Press Photo, bij de Zilveren Camera, zie de foto's die worden gemaakt voor
Natiornal Geographic. Het ziin de laatste jaren stuk voor stuk perfecte, pittoreske beelden,
waarvan het, zoals Hans Maarten van den Brink enkele weken geleden in Vrij Nederland schreef,
'maar moeilijk te geloven is dat ze niet ziin geënsceneerd (want zelfs wanneer dat bewijsbaar
niet zo is, zien ze er zo uit)'. Als dat de norm is waaraan fotografen moeten voldoen als ze in
de prijzen willen vallen of zelfs werk hebben, is het dan een gekke gedachte dat sommigen van
hen hun imperfecte foto's bewerken tot perfecte 'plaatjes'? Het is immers zo gedaan.
Zo geredeneerd is de reactie van Carolyn Cole op het knip- en plakwerk van Brian Walski een stuk
begrijpelijker. Het tast haar autoriteit als nieuwsfotograaf aan wanneer men gaat twijfelen aan
de echtheid van haar werk. Haar oorlogsfoto's zou ze bij wijze van spreken veilig achter haar
computer gemaakt kunnen hebben in plaats van dat ze met gevaar voor eigen leven in Bagdad rondliep.
Het zou Cole in een netelige positie kunnen brengen. Want hoe bewijst zij dat haar digitale foto
zönder negatief de situatie weergeeft zoals zij die op dat moment zag?
Vanaf dat moment is 'het hek definitief van de manipulatiedam', zoals een aantal fotografen
bezorgd op PhotoQ schrijft. Vanaf dat moment is geen foto meer veilig. En misschien is dat moment
al aangebroken. Er zijn zelfs mensen die zich hardop afvragen of Pablo Torres Guerrero die losse
ledemaat niet achteraf in het beeld heeft gephotoshopt om het tafereel nog gruwelijker te maken.
Tja. Waarom niet? Zijn foto lijkt immers al verdraaid veel op die ene beroemde nepfoto van
kunstenaar Jeff Wall: Dead Troops Talk uit 1991-92. Dezelfde grijsgrauwe ondergrond, dezelfde
opbouw van doden en gewonden, als losse plukjes verspreid door het beeld, dezelfde gruwelijke
en absurde details.
Wonderlijk toch hoe het brein werkt. Op de een of andere manier blijven de beelden van wat
nooit gebeurde of nooit aanwezig was, net zo lang hangen als de beelden die de werkelijkheid
vastlegden - voor zover ze dat ooit konden natuurlijk. In de wereld van Photoshop en pixels
zien we Forrest Gump de hand van Kennedy schudden, zien we een jonge Mohammed Ali in de ring
sparren met zijn dochter Laila in een reclamespotje voor Adidas. We lachen erom en weten
dat het niet echt is, maar in ons hoofd leven die beelden voort en ze beïnvloeden alles
wat daarná komt.
Waar de grens ligt? Die is nog niet eens in zicht. [Merel Bem, Volkskrant do 25-03-04]
Fotofucking!?
Kwaliteit van fotografie, afgedrukt in de kwaliteitskrant de Volkskrant.
JPEG-brulling en misvormingen zijn aan de orde van de dag en geven het beeld een
nep suggestie van actualiteit "digitaal beeld, direct verzonden met laptop en mobile phone".
|